Wanneer een batterij na verloop van tijd zijn opgeslagen elektrische energie verliest, zelfs als deze niet wordt gebruikt , spreekt men van zelfontlading. Verschillende factoren spelen hierbij een rol, zoals chemische reacties, lekkage en temperatuurschommelingen. Dit gebeurt door chemische reacties in de cel, die vergelijkbaar zijn met een kleine externe kracht.
Het gaat in essentie om het fenomeen van zelfonderhoudende elektrochemische reacties die de ontladingssnelheid van batterijen (accu's) beïnvloeden. De snelheid van deze ontlading bepaalt hoeveel van de opgeslagen lading of capaciteit na opslag nog bruikbaar is.
Soms kan de zelfontladingssnelheid na verloop van tijd afnemen, bijvoorbeeld doordat lithiumanodes een passiveringsfilm vormen.
Waarvan is de snelheid van zelfontlading afhankelijk?
De mate van zelfontlading wordt bepaald door verschillende factoren, zoals de omgevingstemperatuur, het type batterij en de batterijtechnologie. Het is van cruciaal belang de potentiële warmteophoping in het dashboardkastje niet te onderschatten.
Opvallend is dat zelfontlading aanzienlijk toeneemt bij temperaturen boven de +55 °C (131 °F). Het opslaan van batterijen in opslagruimtes kan ze blootstellen aan extreme temperaturen.
Batterijen die in voertuigen zijn geïnstalleerd, met name in het motorcompartiment en op plaatsen met hoge temperaturen, kunnen met vergelijkbare situaties te maken krijgen. De batterij kan zijn laadcapaciteit in de loop van de tijd behouden en een langere levensduur bieden door zelfontlading te reguleren als deze bij lagere temperaturen wordt opgeslagen.
Verplicht lezen: Wat is het afvoerpercentage?



